doetsjka.reismee.nl

Eindelijk.. Aftellen naar de volgende reis!

Ik kan niet meer wachten op het vetrek op 5 maart naar Oeganda.. En daarom schrijf ik nu, een maand van te voren al een klein verslagje!

Op de dag van vertrek zullen Natalie en ik \'s avonds al aankomen in Oeganda. De eerste weken zullen we in het plaatsje verblijven waar we in 2011 ook waren. Ik heb enorm veel zin om alle mensen van daar weer te zien. Ongeveer van 1 april tot 1 mei verblijven we in een plaatsje dichter bij de hoofdstad. Daar gaan we deel uit maken van het Lejofonds (www.lejofonds.nl), het alom bekende geitenproject. Voor de mensen die een geit hebben geadopteerd: die zullen we daar aanschaffen en bij een familie onder brengen. Na die tijd gaan we weer terug naar Jinja, de eerste plaats. Meer is eigenlijk nog niet bekend, maar dat voelt niet eens verkeerd. Misschien beginnen we dan ook al wel een beetje te Afrikaniseren, want zo zullen de drie maanden daar ook wel lopen... Hoe dan ook, ik probeer jullie vanuit daar op de hoogte te houden via deze site.

Groetjes,

Diede

Alweer veel te vertellen

Zo, op het moment hebben we electriciteit en regen (ik type dit verhaal al op woensdag, om het wanneer ik internet online te zetten), dus het perfecte moment om een laatste verhaaltje uit te typen! Jaja, onze vijf en halve week zit er alweer bijna op. Nog een safari voor de boeg, en de afgelopen weken zijn om gevlogen. Ik was gebleven bij onze trip naar de dovenschool in Kampala. Het bezoek aan de Mulago school for the deaf was hartstikke interessant. Mooie klaslokalen (uiteraard voor Oegandese begrippen), 200 kinderen en 20 leerkrachten met een gebarentaalachtergrond. De kinderen deden dansjes (vind ik knap, als je de muziek niet hoort) en een van de kinderen gaf ons naamgebaren. Je verwacht het al (en lach er maar om): ik werd genoemd: grote neus. Na het bezoek hebben we wat gegeten in een superdeluxe (zelfs voor Nederlandse begrippen) winkelcentrum. Fijn om even uit “de rommel” te zijn, maar natuurlijk voelt het vreemd om voor een Oegandees weeksalaris te lunchen. In een supermarkt (waar dus ook werkelijk alles te krijgen is) hebben we flink wat flessen water in geslagen. En dat was maar goed ook, want op de helft van de terugweg: autopech. Er stroomde een hoop water uit de motor van de auto, dat we de volgende paar honderd meter met ons drinkwater bij vulden, om na elke 100 meter met een oververhitte motor te wachten tot we weer bij konden vullen en weer 100 meter konden rijden. Dit zette natuurlijk geen zoden aan de dijk en uiteindelijk besloot de Kleijne-junior (Vortumse familie) op een bodaboda te springen om een monteur te halen in het dorp verderop. Die kwam met wat sleutels, schroevendraaier, een jerrycan water en een slangetje(dat we dus blijkbaar onderweg verloren hadden) aan zetten en een uur later waren we door zijn kundigheid weer onderweg. Niks ANWB: gewoon repareren dat spul, handje contantje en ondertussen vermaakten Natalie en ik de toegestroomde kindertjes die zo’n gestrande mzungu-bus wel interessant vonden! De dag daarop (vanwege de auto-pech vertraging besloten we niet die avond al terug te gaan naar het Babies Home in Iganga, 40 km van Jinja) arriveerden we weer bij de zusters. De kinderen zijn in principe hartstikke lief. Behalve als ze om een van de twee aanwezige speelgoedjes vechten. Of om een stuk afvalplastic. Het ziet er hier heel leuk uit bij Babies Home. Buiten zijn speeltoestellen, maar van de schommels is maar de helft schommelbaar, in de zandbak zit geen zand en wordt voornamelijk geurineerd en de stoeltjes van de draaimolentjes zijn gebarsten zodat daar zo lekker je bilvel tussen kan komen. Als er bezoekers (met geld of middelen) komen worden de kindereren vliegensvlug onder een douche afgespoeld en krijgen ze goede kleren aan. Maar de rest van de dag lopen ze in plasbroeken. Zindelijk worden betekent hier dat je voordat je plast je broek omlaag moet trekken, en tegen een speeltoestel, in het gras, op de stoep of tegen een ander kind aan moet plassen. Niet zindelijk zijn betekent pech hebben als je wat laat lopen: dan krijg je een nieuwe broek na het middagdutje of na de avonddouche. Boven elk bedje hangt een klamboe, maar door de gaten en scheuren daarin zou zelfs nog een geit kunnen. Toch denk ik echt dat dit een van de betere opvanghuizen is van Oeganda. En sowieso hebben deze kinderen het beter getroffen dan vele anderen in dit land. Ze hebben een dak boven hun hoofd en elke dag (minstens) 3 keer iets te eten. Heerlijk om te zien hoe ze een knuist vol bruine bonen, rijst of pocho naar binnen stouwen. Babies Home is geen echt weeshuis, omdat veel van de kinderen nog gewoon ouders hebben. Sommigen zijn achtergelaten (in een wc, om maar een voorbeeld te noemen), maar een ander gaat na een jaar of 5 terug naar de moeder, als zij het aandurft om dan haar familie te vertellen dat ze op haar 16e een baby heeft gekregen. Weer een ander heeft een gehandicapte moeder, of een gestoorde... Mijn beste vriendin hier is Betty, van 1 jaar en 10 maanden. Zij is een week na haar geboorte door een oom hier gebracht, omdat haar moeder geestelijk gehandicapt is. Haar oom leverde haar af met 700 Oegandese shilling (23 eurocent). Jullie zullen het wel niet geloven, maar ik vind Betty een bruine baby-versie van mezelf. Als jullie het wel zien zitten om zo’n bruine baby-diede in huis te nemen moet je snel zijn: anders neem ik haar volgende week mee. In elk geval, op zo nu en dan een flinke draai om de oren (letterlijk!) of een gewone lel, het speelgoed dat in de kast is opgeborgen en de plasbroeken na, hebben deze kindertjes het volgens mij redelijk goed. Dat het ook anders kan zagen we op een kleuterschool in hetzelfde dorp. We waren nog maar twee minuten op bezoek, toen er zich een voorstelling afspeelde die ik nooit zal vergeten. Alle kinderen draaiden zich onder aanvoering van de hoofdnon naar een jongetje (van 5 jaar), en scandeerden de hoofdnon: you are a satan’s child! The fire will burn you! Het jongetje was werkelijk het middel- en mikpunt van de schreeuwende menigte en dook toen het tafereel eindigde (beide zinnen werden zo’n vier keer herhaald) vernederd weg. Hoe Natalie en ik ons best ook deden om hem wat op te beuren, gelachen heeft hij niet. Om alle ellende af en toe te ontlopen (zojuist stapte er bijvoorbeeld een jongetje in het glas van een raam dat er misschien al maanden uit ligt, stond toen de hele vloer vol bloed te dabben, waarop andere kinderen daar doorheen gingen lopen en een ander jongetje aan de resten van het raam voelde om te kijken wat er dan gebeurde (ja met als gevolg een gesneden vinger) en waarop de verzorgster pas 10 minuten na door ons gealarmeerd te zijn enkel wat ontmettingsmiddel over het jongetje zijn voet gooide) hebben Natalie en ik nog wat uitstapjes gemaakt naar Jinja, en vandaag ook naar het Mabira Forest. De apen en 300 vogelsoorten lieten zich natuurlijk niet zien, maar het was heerlijk om er even tussen uit te zijn. We bereiken de te bezoeken plaatsjes per busje, waarvan er hier echt 34228832452777 rond rijden. Om je met zo’ n busje te verplaatsen is op zich al een avontuur. Het zijn 15 persoons busjes inclusief bestuurder, maar gezien ze van particulieren zijn vertrekken ze niet voordat er ongeveer 22 man in zit. Daar is het busje dan weer niet op berekend (en bovendien is APK hier ver te zoeken), zodat er meestal handmatig gestart (geduwd) wordt. Jullie lezen het wel weer: alles gaat hartstikke goed! Volgende week ben ik alweer thuis. Volgens mij krijg ik dan pas echt in de gaten hoe het hier is geweest, want af en toe ontbreekt het realiteitsbesef hier behoorlijk in Afrika-Afrika-Afrika. Liefs en leuk dat jullie mijn verhaaltjes hebben gelezen, tot volgende week! Groetjes, Diede

Ja mensen, ik ben er nog!

En weer een heleboel mee gemaakt ook. Te veel om nu in een keer op te schrijven... Vanuit het huis van Paul en Willem zijn we naar het dorp Mpumudde gegaan, naar een opvang voor oude, dakloze, alleenstaande mensen met psychiatrische problemen en straatjongens . Dat was wel even wennen: geen stroom, geen stromend water, geen idee wat er van ons verwacht werd, en mensen met een levensverhaal onder de leden dat de beste schrijver niet verzonnen krijgt. De familie verrichtte echter wonderen. Zij wonen op het terrein en bieden de mensen die in Mpumudde verblijven een echt thuis. Wat een lieve mensen! Intussen hebben we alweer afscheid van hen genomen, en ook van de straatjongens. Dit waren er drie, en ook met hen hebben we hartstikke lol gehad. Met de jeugd van de familie (ze hebben 9 kinderen) en de straatjongens hebben we gelachen, gezwommen, gewinkeld, gedanst. Heel erg leuk dus, maar af en toe bekroop me toch een tjongejonge-gevoel. En dan vooral wanneer bijvoorbeeld een van die straatjongens, van 19 jaar oud, in Freek zijn t-shirtje popjes zit te knutselen van bananenblad. Drie ochtenden zijn we vanuit Mpumudde naar de creche gelopen, om daar mee te doen. We deden ons best om de kinderen te vermaken met dansjes, liedjes, verhalen. Maar het is moeilijk om 40 kinderen die je niet verstaan 3 uur lang te vermaken, zonder een enkel materiaal. Tja, we namen een keer een voetbal mee, maar die was na 3 minuten lek. Zuur! Een van de ochtenden liep ik met 10 van de kinderen van de creche naar de mobile clinic, waar blanke zusters medicijnen voorschrijven. De kindjes hadden voornamelijk een soort van schurft op hun hoofden, enkelen hadden malaria, en een meisje HIV. Vreselijk om dit zo te zien, en er dan het verhaal erbij te horen dat zij alleen nog een moeder heeft die op sterven ligt. En hiermee hielden de vreselijke verhalen niet op. Toch hadden de kinderen hartstikke veel schik met het zingen van vader Jacob en de vertaling van poesje mauw. Ondanks dat er niks te drinken was (de kranen waren gestolen) en de helft van de kinderen alleen de middag ervoor wat hadden gegeten. Ook bij ons guesthouse in Mpumudde, hadden we een hele fanclub aan kinderen. Echt leuk, ze hadden voortdurend schik... Dan met onze kleurpotloden, dan met een ballon, met een hondje van bananenblad... Super! Oeh, tussen alle rommel, (waarover ik soms luidruchtig mijn hart lucht tegen ondersteunende Natalie, die daar alleen maar om moet lachen,) was het tijd voor een feest! Natalie en ik werden door de moeder van de familie uitgenodigd om mee te gaan naar een verlovingsfeest. En dan wel in traditionele kledij! Dit zorgde voor de nodige kreten van omstanders, en na 6 uur op de tuinstoel naar het Luganda (taal) geluisterd te hebben, begon ik toch een beetje genoeg te krijgen van de lange jurk met pofmouwen. Voor even dan, want natuurlijk hebben Natalie en ik zelf ook zo’n jurk laten maken! Voor de liefhebber: ik zal deze wanneer ik terug ben uitbundig showen. Is het overigens weer een beetje mooi weer bij jullie? Want hier lijkt het af en toe flink op Nederland: regen, regen, regen! Maar dat is goed, want mensen spreken over droogte en honger. Het schijnt wel menens te zijn hier. Het gebrek aan stroom ergert de mensen misschien nog wel meer: omdat de president wil bezuinigen (waar zijn de uitgaven aan besteed?) zet hij eens in de twee dagen de stroom uit in het land. En doordat het water met stroom rond gepompt wordt, is er dus geen enkele dag water, gezien de pompen het niet trekken op een dag stroom. Zit je net te eten, POEF. Donker. Ik zou Rutte toch wel op zijn juu willen geven zou hij dat in Nederland flikken. Vanaf gisteren zijn we in Babies Home. Weer snotneuzen, weer malaria, weer vrolijke gezichtjes. De kinderen zijn van 2,5 maand tot 5 jaar oud. Het huis wordt gerund door zusters en we eten steeds met die gezellige tantes samen. Dus namen we het er gistermiddag goed van, op een feest van moeder overste. Ook Natalie genoot van haar bananen met rijst, tot er een muizenkeutel op haar vork lag. Gisteravond aten we pas laat: want hun favoriete soapserie kwam op tv. Nog nooit zoiets gezien... Bold and the beautiful maar dan van 30 jaar geleden! Vandaag gaan we naar Paul en Willem voor een nacht, omdat we morgen met hen en met de Vortumse familie naar de dovenschool in Kampala gaan. Daarna komen we weer terug hierin Iganga bij Babies home, waar je om half 6 gewekt wordt door zingende nonnen en de Backstreet Boys. Nou de reden van het uitblijven van mijn verhaal lijkt me wel duidelijk: geen stroom, geen tijd(want er is hier zoveel te zien en te doen!) geen internet... Maar... Geen bericht is goed bericht: ik geniet ondanks douchen in een emmer water geniet ik enorm. (Toegevoegd net voordat ik dit verhaal plaats: zojuist wilden we met de bodaboda vanuit Jinja, waar we eventjes de souvenirswinkeltjes in zijn gedoken naar de Nile Bridge, zodat Paul ons daar met de auto op kon halen. Dus wij zeggen tegen de (meest lelijke) bodabodarijder onze bestemming... Stopt hij bij de golf club: om te Bridgen! Nee meneer, we moeten naar de Nile Bridge! Komen we er achter dat hij geen Engels spreekt. Toch startte hij zijn brommerke weer, en brengt ons naar... De oude brug. Zelfs de nieuwe brug (waar Paul ons zou ophalen en die 2 km verderop ligt) staat al op instorten, en de oude wordt alleen nog door voetgangers gebruikt (ja papa en mama, gewoon nog betrouwbaar voor voetgangers). Dus hebben we vanaf daar maar gelopen. Dat is goed, want er kunnen wel wat chapatis (in olie gebakken soort van pannekoeken) afgelopen worden!) Liefs, en misschien tot een volgend verhaal, Diede

This is Uganda

Wauw, ik ben nu al een paar dagen in Oeganda, dus ik ga jullie nu eindelijk wat vertellen over hoe het hier is! Heb het verhaal steeds aangevuld, omdat ik gewoon geen tijd had om het op internet te zetten!

De vlucht ging hartstikke goed, al zat ik met samengeknepen billetjes in mijn vliegtuigstoel. Toch spannend, eerste keer vliegen. Eerste keer Oeganda ook. Gelukkig kreeg ik na een veilige landing in Milaan toch wel vertrouwen in onze Ethiopische Boeing met Ethiopisch personeel. De rest van de vlucht (nog zo'n 14 uur verder vliegen naar Entebbe) kon ik dan toch stiekem genieten van het wolkendekbed, het landschap, het vliegtuigvoedsel en me tevens voorbereiden op: Oeganda!

Nou, Oeganda kwam ons vanuit de lucht al tegemoet. Veel groen (en natuurlijk zwart...). Willem zoeken na geland te zijn was dan ook niet zo'n uitdaging. Hoewel: met een aardig 'no, thanks'probeerde ik de zwarte jongen af te wimpelen die mijn koffer zowat afpakte. Bleek dat Robert (leerling, vriend, knecht) van Willem te zijn. Oeps!
Meteen die middag zijn we op pad gegaan met zijn vieren. Er zijn echt enorm veel mensen hier, en allemaal op straat. Ze staren, zwaaien, roepen, venten... Toch handig om dan Robert bij je te hebben, zeker gezien lang niet iedereen hier Engels spreekt. De meeste mensen die je op straat ziet doen vrij weinig overigens. Zelfs de politie ligt onder een boom uit te rusten; dat geeft wel het relaxte gevoel waarvan ik nu al weet dat het bij Oeganda hoort.
's Avonds hebben we aan het Victoria meer gegeten. Daar was het prachtig. Heerlijk ook om even wat minder narigheid te zien. Maar je kunt er niet om heen: terwijl wij onze pizza (!) niet eens op konden, stond er een klein jongetje met een mand mais op zijn hoofd te venten. We vroegen Robert om het jongetje te vragen of hij de pizza lustte. Hij kwam bij ons aan tafel zitten, probeerde (tevergeefs) mes en vork te hanteren, en genoot!!!
Die nacht verbleven Natalie, Willem, Robert, de 10 reizigers die 's nachts aan zouden komen en ik, in een backpackershotel in Entebbe. Zie foto's, verder geen commentaar.

Je wordt hier gewoon nog wakker van het kraaien van de hanen, merkten we na onze volgende nacht in het huis van Willem en Paul. En hanen, dat zijn er veel. Want zowat iedereen hier is zelfstandig ondernemer, merkte ik gisteren op weg van Entebbe naar Bukaya (deel van Jinja). Ongelofelijk! Onderhand de hele rit, op de uitgestrekte theevelden na, zie je kraampjes in huisjes langs de weg. En steeds wordt hetzelfde verkocht: vlees, houten of ijzeren bedden, kleding, beltegoed(!) enzovoort. Er rijden hier ook gewoon vrachtwagens van het UN food programme... Er was dus veel te zien tijdens de rit en ook het rijden in Oeganda zelf (oude auto's, geen APK, wegen met enorme gaten erin, en ontelbaar veel bodaboda's (brommers) met wel vijf man er op en waarvoor geen rijbewijs nodig is) geeft het nodige avontuur.

Vrijdag hebben we een citytrip (de andere kant van Jinja) gemaakt, gegidst door een (ex?)straatjongen. Ongelofelijk. Werkplaatsen op elkaar gepropt, alles vies, stoffig, lawaaiig. Op de plek van ' the black smiths' (waar overigens bijna elke (jonge)man met (of zonder) ons op de foto wou), kromp ik letterlijk in elkaar van het geluid van de hamers die op staal sloegen. Ze maken kookstelletjes, ijzeren koffers, pannen, olielampen, enz. Op mijn vraag aan onze gids: 'aren't they all getting deaf?'antwoorde hij: ' but they're working with their eyes!' (Ze lassen overigens met een zonnebril op).
Nog uren hebben we rond gelopen door de marktplaatjes, eetkraampjes, naaiplaatsen, kruidenwinkeltjes... We liepen verder om 3 flesjes water te kopen(20 eurocent p.s.) en ondertussen wliden alle kindjes met ' de mzungus' (witte) op de foto. Ik voel me hier soms echt een atractie. Jong geleerd is oud gedaan: de moeders spoorden de kleintjes aan: ' mzungu! Mzungu!'. Twee kindjes waren extra blij toen we voor de tweede keer langs liepen: ze dachten die dag dus wel 4 mzungu's gezien te hebben! Op dezelfde manier als dat wij moeilijk onderscheid kunnen maken tussen de Oegandezen hier...
En toen: BIG MOMMA! Zoals Harit, onze gids zei: 'big mamma's are always fun!'. En inderdaad, zie de fotoss!

Zaterdag hebben Natalie en ik eerst door Bukaya gewandeld. Natuurlijk verdwaald, dus onderweg van de dorst 3 tomaten gekocht (2 eurocent p.s.).
's Middags zijn we met Willem en de Jeep (het busje, dat veel weg heeft van papa's Ford wou niet starten) en de 10 reizigers naar een school gegaan in Makenke. Daar gaan Natalie en ik de komende tijd af en toe meewerken. De kinderen deden een prachtig optreden voor ons. De rondleiding door het dorpje was ook weer overweldigend. Dat was het echte Afrika, waarvan je niet eens verwacht dat dat nog bestaat: hutjes van klei, kleine paadjes, heeeel veel groen... Maar alle kinderen, en dat waren er heel veel, waren geweldig! Allemaal in lompen en de meeste op blote voeten en sommige met een baby op de rug, maar allemaal lachend! Een van de kinderen die voortdurend aan de hand wou lopen, was tijdens een rustpauze zo moe, dat ik haar even op een stenen trap zette. Zag ik haar net op tijd zo knikkebollen, dat ik haar nog net op kon pakken voordat ze omviel. Wat lief!
Om de kinderstorm wat terug te dringen, staat er een bord voor de Primary School): 'early sex is bad'. Tjah.
Voordat we gingen hebben Natalie en ik liedjes gezongen en gek gedaan met de kindjes. Ik weet niet wie het geweldiger vond: de kindjes of ik!
Later die dag vervolgden we onze dag naar Mpumudde (spreek uit: uhm-POEH-mudde). Dit is een rehabilitatiecentrum, destitute home. Daar wonen Natalie en ik vanaf morgen voor 10 dagen. Ons onderkomen daar is oke (douche, koelkast, wc, en fornuis op B-niveau), zeker gezien je in Oeganda altijd buiten kunt zitten. Ach ja, ben benieuwd!

Gisteren hebben we een beetje de toerist uit gehangen. Een beetje, want behalve het kijken naar de oorsprong van de Nijl (vanuit een boot) en het bekijken van een bepaalde waterval in een andere plaats, vinden Natalie en ik het vooral leuk en interessant om met de bevolking te praten. Dus met de bestuurder van de boot (die overigens zeer zenuwachtig keek omdat de lucht behoorlijk betrok, de boot te vol zat en de stroming erg groot was...), maar ook met de bedelaarskindjes bij de waterval. Dat trekt me veel meer dan de 'Kingfisherbird'door een verrekijker te begluren. Maar het was een erg leuke, relaxte dag, met afsluitend een heerlijk avondmaal bovenop de berg van de waterval. Genieten!

Vandaag: het dorpje Soweto bezocht. Daar is ook een schooltje. Vanuit Soweto zijn we terug in Jinja naar de vismarkt gegaan, daarna geluncht (na het zien van plastic zeilen vol drogende vis, ook: vis...) en toen zijn Natalie en ik een stuk terug gelopen naar het huis van P&W. Onderweg een hoop nieuwe vriendjes gemaakt: dat gaat hier helemaal vanzelf.

Mensen, de dagen vliegen hier om. Ik zal proberen nog eens een verhaal er op te zetten. We mogen morgen een laptop meenemen naar Mpumudde. Maar zoals alles in dit land, doet ook een laptop rustig aan.

Liefs!!!!

xxx

Diede

p.s. Het zal ook eens allemaal goed gaan in Oeganda... Sorry mensen! Ik kan er geen foto's op zetten! Liefs!

Laatste foto's - ReisMee.nl

Zo! De was hangt buiten aan de waslijn (het handwassen lukt al aardig), het zonnetje staat hoog aan de hemel, paaspalmzondag... Wat wil een mens nog meer? 'You give me sweetie! You give me doll! I want biscuits, mzungu.' Van alles dus.

Vorig weekend zijn Natalie en ik, Paul en Willem van de stichting, twee andere vrijwilligsters en Nassani en Bryan (straatjongens van de stichting) op safari geweest. Voordat we vertrokken besloten Natalie en ik eerst nog bij het kleine baby\'tje in het ziekenhuis te gaan kijken. We hoorden dat de ouders nog steeds niet op AIDS getest wilden worden en ook de baby werd niet onderzocht. Omdat dit ook bij de dokters nogal wat vraagtekens oproept, kreeg de baby preventief aidsremmers. De enige oplossing zou zijn, om het bloed van de ouders stiekum te onderzoeken. Dat is gebeurd; de ouders werd verteld dat er bloed van hen nodig was voor een bloedtransfusie. Al kort daarna werd duidelijk dat het hele gezin gezond is. Een grote opluchting natuurlijk. Maar toch is door schaamte rondom deze kwestie het tweelingbroertje overleden. Een paar dagen later zijn moeder en baby (Veronica) uit het ziekenhuis ontslagen. Het kindje is nog steeds veel te klein voor Nederlandse begrippen, maar het drinkt nu van de borst en dat is het belangrijkste.

Het safari-weekend was mooi. De eerste avond zijn we naar een Oegandese dansgroep geweest. Prachtig om te zien hoe ze muziek maken en dansen, zelfs met 8 op elkaar gestapelde stenen kruiken op hun hoofd! De volgende dag zaten we vooral in de auto, op weg naar het National Park. Voor het eerst zagen we dorpjes met enkel lemen hutjes en stro-dakjes, waarom Afrika bekend staat. Bij aankomst maakten we een wandelingetje door zo\'n dorpje. Net het Afrika-museum, ongelofelijk... Natuurlijk weer een horde kids om ons heen die zowel nieuwsgierig, als bang van ons waren. Ook de straatjongens Nassani en Bryan waren onder de indruk.

En toen dan echt de safari. Het was meteen raak: we zagen giraffen, olifanten, nijlpaarden... We maakten een boottripje over de Nijl, om vervolgens te voet verder te gaan om de waterval te beklimmen. Ik leek zelf ook op een waterval, wat een hitte hier! Het zweet gutst van je af. De jongens waren hier beter aan gewend, maar niet aan het feit dat je je afval niet in het Natuurreservaat dumpt. We kregen hen maar niet aan het verstand gebracht dat je tijdens een wandeling door de natuur niet overal je lege flesjes en dergelijke weg gooit. Ze snapten er niks van: dat doe je toch altijd zo? Inderdaad, mensen laten hier hun afval vallen waar ze maar staan. Met een beetje geluk wordt het een keer bij elkaar geveegd en aangestookt. Op het moment ligt er nog een hoop bladeren voor ons huisje na te smeulen; onze buurmannen hebben vanochtend met een panga (kapmes) ons gras gemaaid en blad weg geharkt: vriendendienstje!

Op de terugweg van de safari stapten Paul en Willem uit de auto om boodschappen te doen. Nassani, Bryan, Natalie en ik bleven achter. Direct kwam er een bewaker op ons af: hij vond dat de auto niet recht geparkeerd stond en dat kan in dit land een groot, duur probleem worden. Maar je weet, Oeganda staat bekend om zijn corruptie en we besloten de bewaker dan ook 'om te kopen' met een snoepje. De bewaker in kwestie, 'Tjallesie' (Charles dus), vond het allemaal prachtig en deed vervolgens zijn best om indruk te maken met een zwoele blik en het aflikken van de snoepslang. Ook Nassani en Bryan vonden het prachtig en Nassani blijft ons nog steeds klieren met onze 'boyfriend Tjallesie'.

De dag na onze safari stond in het teken van een dagje uit met Andrew en Jones, de twee broers van het terrein waarop we verblijven. Zij wilden ons bedanken voor de hulp aan de kleine baby; dus zij stonden erop dat zij die dag alles zelf zouden betalen. In de ochtend liepen we naar hen toe en we zagen al van verre een luxe (geleende) auto voor de deur staan. Omdat we natuurlijk weer moesten wachten op de broers, gingen we even voor het huis op een bankje zitten. En daar kwam John aan gelopen! John is een van de straatjongens die we in 2011 ontmoet hebben in dit dorpje. Deze keer had hij zijn vader bij zich. Ongeloof (want John was al maanden spoorloos en misschien zelfs overleden) en een dikke omhelzing volgde. We begrepen niet goed wat hij op het terrein kwam doen en hoe het met hem ging; wat hij vertelde was niet echt goed te volgen. Toen Andrew er ook nog bij kwam en John en zijn vader een preek gaf snapten we er niet veel meer van. John zou nog wel eens langs zijn geweest en onder andere spullen hebben gestolen. Van Paul en Willem weten we dat hijzelf denkt dat zijn vader hem behekst heeft. In elk geval, John en zijn vader vetrokken en zijn verder niet meer gesignaleerd.
Maar goed, ons dagje uit moest nog beginnen. We wachtten in spanning af. Met de auto (en snoeiharde R&Bmuziek daarin, want als je in een auto rijdt ben je wel cool) reden we naar de eerste activiteit: het radiostation! Andrew, een man met veel aanzien hier, werkt daar. We mochten naar binnen en alles zien. Andrew droeg de dames van de radio op om ons 'on air' de groeten te doen. Een paar minuten later, toen we in de auto naar de volgende bestemming reden, was het zover. Mukwano\'s (='vrienden') Natalia en Dida werden op de radio genoemd! Wauw, op de meest geluisterde radiozender van Oeganda!
De volgende bestemming: een kasteel een aanbouw, voor de toekomstige koning van Oeganda. Vergeleken bij de kastelen die wij kennen weinig indrukwekkend. Natuurlijk wel mooi dat we daar een kijkje konden nemen, omdat de zeer gerespecteerde radioproducer, genaamd Aga, ook met ons mee ging. Daarna lekker Oegandees eten in de stad gehad, en de oorsprong van de Nijl bezocht. Ook bij dit laatste konden we zomaar, en gratis, naar binnen, dankzij een enkel telefoontje van hoge pief Andrew. Stiekum hadden Natalie en ik het zo ondertussen wel gehad. Maar Oegandezen hebben de tijd... Eindelijk gingen we naar huis, maar we moesten beloven om thuis nog een biertje met de mannen te drinken. EN de tank van de huur-auto moest nog leeg gereden worden: dan maar een rondje langs de supermarkt. Nadat Jones zichzelf uitnodigde om bij ons te eten en Andrew (gelukkig) weer naar zijn werk moest, was de dag om...De dag daarna hebben we voor het eerst echt met de straatjongens Nassani, Bryan, Richard en Saddam gewerkt. De twee laatst genoemde hebben 7 en 10 jaar op straat geleefd en zijn nu ongeveer 17 jaar. Nadat we nieuwe schriften voor de jongens hadden gekocht, kon het echte werk beginnen. Ik richtte me op Saddam en hielp hem met... tellen. Inderdaad, deze grote jongen kan nog niet tellen, ook niet in zijn eigen taal. We schreven de cijfers van 1-10 op en hij benoemde ze in het Engels. Daarna noemde ik cijfers op, die hij aan moest wijzen. Voor hem een ongelooflijk moeilijk karwei, maar hij deed zijn uiterste best.

Diezelfde dag werd tegenover ons huisje een klein jongetje met een stok afgetuigd door zijn ouders. Moeder sloeg, vader gooide het kind terugop de grondals het op probeerde te krabbelen. Reden? Het kind was te laat/niet naar school gegaan die middag. Behalve Natalie en ik keek niemand er van op. Het slaan van een kind is normaal en het liefst nog hard ook. Want als je het zacht doet, of te weinig, dan werkt deze opvoedkundige actievolgens de Oegandezen niet meer.

Die avond zijn we met de meiden van het terrein hier, en Jones, uit geweest. Wij trakteerden op de huurauto, benzine en de entree. In de club bestelden we ieder een drankje. Wat blijkt? Onze mukwano\'s hebben geen rooie cent mee genomen. Als mzungu word je hier vaker als geldezel gezien. Maar Natalie en ik hadden zelf ook maar weinig geld mee genomen voor drankjes, dus kon ieder 1 frisdrankje bestellen. Maar de meiden gooiden hun charmes in de strijd en werden tot hun grote plezier nog getrakteerd door de aanwezige mannen. Natalie en ik hielden het bij wat houterige dansjes. Dat gedraai met die kont en dat gerij daar in die club, da\'s niks voor mij.

We kennen hier ondertussen zoveel mensen, ook omdat we hier in 2011 waren, dat we continu bekenden tegen komen. Echt leuk! Overal wordt gezwaaid, worden we geroepen en krijgen we een dikke knuffel. En dat knuffelen, da\'s eigenlijk best wel wat voor mij. Ik besluit dit verhaal dan ook met het advies dat de mensen in Nederland dat ook eens vaker zouden moeten doen! En dan heb je daar bij jullie ook nog eens het geluk dat je na een omhelzing niet naar het zweet van je wederknuffelaar stinkt!

Lieve groetjes en een hele dikke knuffel,

Diede